André Vranken is in 1961 geboren in
Maastricht, rondde daar in 1985 de opleiding monumentale vormgeving en
schilderen af aan de Stadsakademie. Woont en werkt sinds 1996 in
Amsterdam. Na de opleiding werkt hij voor Maastrichtse theatergroepen.
Als schilder toont hij zijn voorliefde voor het fenomeen ‘vrouw’ in
heftig gekleurde felgeschilderde doeken. Vanaf 1987 is hij werkzaam bij
bronsgieter Pie Sijen en komt daardoor in aanraking met werk van onder
meer Arthur Spronken, Visch en Vandekop. In deze periode van ruim 10
jaar ontwikkelt zich bij hem een liefde voor het beeld. In 1997 gaat het
roer bij hem om: de vrouw blijft, het schilderen wordt beeldhouwen.
‘..het schilderen van mijn doeken, het laag over laag groeien van
verflagen tot het punt waar op het schilderij klaar is, is bij het maken
van m’n beelden verspreid over verschillende technische stadia. Als je
beelden in brons giet doorloop je processen waarin je steeds andere
materialen gebruikt: het origineel in klei, gips, was, hout of steen,
daarop een mal van gips of rubber, daaruit een afdruk in gietwas, die
eenmaal terug uit de gieterij in brons is veranderd. Als je dit proces
als een groeiproces naar je uiteindelijke beeld ziet is het niet vreemd
dat ik in elk stadium ingrijp om het beeld te vervolmaken.’
Vranken maakt geen conceptuele kunst of abstracte vormen maar gewoon
beelden van ‘vlees en bloed’, recht uit het hart gegrepen en (bijna)
altijd vrouwen. Onvermoeibaar blijft hij kneden, plakken, lassen.
Beelden zonder franjes en frutsels en met de giethuid die ze nou eenmaal
hebben meegekregen tijdens hun ontstaan.
Een schoonheid die niet meer hoeft te worden bijgeschaafd.
(uit catalogus Nijmegen 2002)
|