Over het werk van Kieta Nuij

 

 

De bronzen beelden van Kieta Nuij (Heerlen 1960) worden gekenmerkt door een geheel eigen vormentaal. In de combinatie van vorm en textuur, die zij gebruikt, verbindt zij uitersten: de beelden zijn verfijnd én ruw, stil én bewegend, gaaf én getekend.

Veel van de gebruikte materialen zijn getekend door de tand des tijds: stukjes touw, jute, oude lappen. Getransformeerd in brons onthullen deze materialen de schoonheid, die diep in hen verborgen ligt.

Deze werkwijze is een uitdrukking van het wonder van de eeuwige kringloop: het leven, dat een einde neemt om nieuw leven te wekken.

Kieta Nuij verbindt die kringloop met de menselijke vorm, het menselijk lichaam.

In haar werk streeft ze ernaar ervaringen en emoties van de mens uit te drukken. Daarbij wordt de menselijke figuur de drager én de uitdrukking zelf. In haar werk zoekt ze de samenvloeiing van die twee.

De mensfiguur is het uitgangspunt. In het scheppende werk manifesteert zich langzaamaan wat in de diepte daarvan verborgen is. Kieta Nuij drukt het zo uit:”Dat is niet vooropgezet, niet gepland, maar ontstaat uit een dialoog tussen wat in mij leeft, wat uit het materiaal tevoorschijn komt en wat dat vervolgens ook weer in mij teweeg brengt. Zo maak ik aan ieder beeld veel mee. Soms is dat een grote strijd: steeds dwingt een nieuw werk mij weer tot een confrontatie met mijzelf.” De zo ontstane mensfiguren zijn ingetogen, verstild. Ze vormen zo verpersoonlijkte uitdrukkingen van archetypische, tijdloze thema’s.

 

Charis Dromer